Vraag en antwoord op de schaal van nanometers
Het ideale beeld van de wetenschap komt ongeveer op het volgende neer: een goede onderzoeksvraag, een probleemloos onderzoek en duidelijke onderzoeksresultaten. De conclusies sluiten naadloos aan op je hypothese. Helaas is dit niet meer dan een beeld. In werkelijkheid verloopt een onderzoek bijna nooit vlekkeloos. Bij grote onderzoeken komen vaak een aantal problemen kijken. In een interview licht Joost Frenken ons in over het verloop van zijn onderzoek. Frenken is hoogleraar Nanotechnologie aan de Universiteit Leiden.
Elk onderzoek begint met een goede onderzoeksvraag. Het bedenken van een goede vraag is nooit simpel en zeker in de natuurkundige wetenschappen is het een grote uitdaging om een goede en bondige vraag te verzinnen. Welke aspecten betrek je bij je vraag en wanneer heb je een vraag gevonden waarop je ook werkelijk een antwoord denkt te kunnen vinden? Door goed om je heen te kijken en na te denken stel je jezelf open voor nieuwe vragen volgens professor Frenken. Toch blijkt halverwege het onderzoek vaak dat de gekozen onderzoeksvraag, toch niet de juiste is. De vraag moet worden bijgesteld. In de schoolregels staat dat je nooit aan je onderzoeksvraag mag sleutelen, maar in de praktijk leren de natuurwetenschappers ons iets anders. De vraag mag zo worden bijgesteld dat afwijkende resultaten een antwoord geven op de nieuw geformuleerde vraag. Professor Frenken heeft nog nooit zijn onderzoeksvraag weg hoeven gooien, maar schaaft zijn vragen dikwijls bij. Naast een onderzoeksvraag is het gebruikelijk een hypothese op te stellen. Dit is het antwoord op de onderzoeksvraag dat met de huidige kennis wordt verwacht. Frenken stelt echter eigenlijk nooit een hypothese op. Hij is van mening dat hierdoor een te beperkte visie gecreëerd wordt. Doordat er geen hypothese is, wordt het onderzoek niet in de richting van een ‘verwacht’ antwoord geduwd.
Wat is nanotechnologie?
Samenwerking
Professor Frenken werkt samen met zijn onderzoeksgroep ‘Interface Physics’. Een onderzoek kun je nooit alleen uitvoeren, “Om tunnelvisie te voorkomen, moet er gediscussieerd worden.”, aldus Frenken. Een dergelijke tunnelvisie kan leiden tot te beperkt onderzoek, het links laten liggen van andere interessante vraagstukken of verkeerde conclusies. Als bij metingen verkeerde resultaten naar voren komen, wordt iedereen uit de onderzoeksgroep bij elkaar geroepen en wordt er samen naar een oplossing gezocht. Samen zoeken de onderzoekers uit of de meetapparatuur niet goed stond ingesteld, verkeerde stoffen zijn gebruikt of dat er simpelweg onhandige fouten zijn gemaakt. Deze gesprekken gaan soms hand in hand met verhitte discussies onderling, maar leveren wel altijd vruchtbare resultaten en nieuwe oplossingen op. Frenken houdt wel van wat risico en wedt dus ook graag met zijn collega’s over zijn gelijk om een flesje wijn. Wanneer twee wetenschappers het oneens zijn, zijn er volgens Frenken altijd vier mogelijke oplossingen. Partij A heeft gelijk, partij B heeft gelijk, partij A en B hebben beide gelijk of partij A en B hebben beide ongelijk. Door onderling veel te overleggen kunnen de wetenschappers erachter komen, wie in zijn recht staat en gelijk heeft. In de meeste gevallen hebben partij A en B beide gelijk. “Een probleem en oplossing kunnen we vaak van meerdere kanten bekijken. Als twee partijen beweren gelijk te hebben, hebben zij het vaak beiden bij het recht eind. Door een beperkte visie zien de onderzoekers alleen maar hun kant van het onderwerp. Terwijl elk onderwerp meerdere kanten heeft.” Vandaag nog, de dag van dit interview, heeft Frenken een bijeenkomst met zijn onderzoeksgroep gehad. De resultaten van verschillende metingen bij een en dezelfde reactie kwamen niet overeen. Frenken dacht dat deze verschillen kwamen, doordat bij de onderzochte reactie helemaal geen vast patroon bestond in hoe de moleculen de reactie uitvoerden. Een collega dacht dat de meetapparatuur invloed had op de reactie. Doordat de meetapparatuur telkens anders stond ingesteld, verliep de reactie steeds anders. Na gediscussieerd te hebben en alle natuurkundige schoolboeken weer eens doorgebladerd te hebben, bleek dat de genoemde collega gelijk had. Ook prof. Frenken heeft dus wel eens problemen met zijn resultaten. Door constructief te overleggen hebben ze tot nu toe alle problemen kunnen oplossen. Gelukkig heeft deze geleerde nog nooit hoeven stoppen met zijn onderzoek, omdat er problemen waren die niet meer opgelost konden worden.
Het onderzoek van Joost Frenken
Concurrentie
Tussen onderzoeksgroepen gaat het er harder aan toe. Er zijn vaak meningsverschillen over publicaties en onderzoeken die kunnen leiden tot grote ruzies binnen de onderzoekswereld. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat verschillende partijen zo graag willen dat hun eigen onderzoek het beste is, dat ze weigeren naar anderen te luisteren. Het is daardoor heel moeilijk om een concurrerende groep te overtuigen van je eigen mening. Maar meningsverschillen kunnen volgens Frenken ook vruchtbaar zijn. Conferenties en artikelen zijn voorbeelden van positieve kritiek. Een belangrijk punt, want dit leidt tot meer verdieping en onderzoek. Tijdens conferenties komen onderzoekers bijeen om te vertellen over hun eigen onderzoek. Verschillende onderzoeksgroepen (onder andere die van Frenken) zoeken elkaar hier op en wisselen resultaten uit. Ook door wetenschappelijke artikelen van anderen te lezen, kun je meer informatie en nieuwe perspectieven over je eigen onderzoeksgebied garen. Prof. Frenken probeert daarom zoveel mogelijk wetenschappelijke artikelen van andere onderzoeksgroepen te lezen om up-to-date te blijven.
Omdat hun onderzoek veel succes boekt, komt er concurrentie voor dit onderzoeksgebied bij. Maar dat is volgens Frenken niet erg, omdat het als stimulans werkt. Het is een extra zetje in de rug, om zelf nog beter je best te doen. Zij stimuleren de concurrentie zelfs door de instrumenten die nodig zijn bij hun onderzoek te maken en vervolgens te verkopen aan concurrenten.
Voor onderzoek is geld nodig. Aangezien de Universiteit Leiden weinig geld heeft en zij dat moet verdelen over een groot aantal onderzoeksgroepen, moet men ook op zoek gaan naar andere geldbronnen. De Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is een goede geldschieter, maar de industrie al helemaal. Die staat namelijk te springen om meer kennis op het gebied van nanotechnologie. In de industrie is veel behoefte aan de optimalisering van bestaande technieken. De nanotechnologie biedt vaak een uitkomst. Zo kunnen vaak productieprocessen worden verbeterd. In de chemische industrie verlopen reacties vaak met behulp van een katalysator. Het is voor de industrie dus gunstig om een zo efficiënt mogelijke katalysator te gebruiken. Bedrijven komen dan bij Prof. Frenken en vragen hem om onderzoek te doen naar een specifieke reactie en om een betere katalysator te vinden. Hierdoor krijg hij weer een hoop geld en kan hij weer een onderzoek doen. Het gaat hier vaak om grote bedragen: honderdduizenden euro’s. Dit kost zo veel, omdat deze onderzoeken lang duren en omdat de meetapparatuur erg duur is, zowel om de microscopen te maken, als om ze te onderhouden. Ook moet een groot aantal mensen voor een aantal jaren een salaris krijgen. NWO financiert duizenden toponderzoekers aan universiteiten en instituten en geeft sturing aan de Nederlandse wetenschap via subsidies en onderzoeksprogramma's. Ook de ‘Interface Physics’ groep krijgt geld van deze onafhankelijke organisatie.
Om een onderzoek te kunnen uitvoeren, moet dit eerst worden goedgekeurd door een ethische commissie. Gelukkig wordt onderzoek op het gebied van de nanotechnologie bijna nooit belemmerd door ethische bezwaren. In de natuurkundige wetenschappen worden modellen opgesteld. Dit zijn versimpelde weergaven van de werkelijkheid. Zo probeert Prof. Frenken modellen op te stellen voor verschillende soorten katalysatoren en reacties. Hij doet dit altijd op een manier die ook wel bekend staat als Ockhams scheermes. Dit houdt is dat je de uitleg zo kort en bondig mogelijk houdt en geen onbelangrijke zaken vermeldt. Zo kom je volgens Frenken tot een goed onderzoeksresultaat en houd je de essentie van het onderzoek over. Hoeveel voor- en nadelen er ook aan een onderzoeksproces zitten, één ding is zeker, het excentrieke enthousiasme van professor Frenken zal hem door elke tegenslag heen slepen en zal van elke fout nog iets moois maken.
