Tijd kost tijd
Hypothese – proeven – conclusie. Zo verloopt het stereotype onderzoeksproces, afgeleid van natuur-wetenschappelijk onderzoek. In werkelijkheid wordt slechts een deel van al het onderzoek op deze manier uitgevoerd. Een van de wetenschappers die juist niet op deze manier te werk gaat is professor Touraj Atabaki, hoogleraar Sociale Geschiedenis van het Midden-Oosten en Zuid-Oost Azië aan de Universiteit Leiden en aan de Universiteit van Amsterdam. Door zijn onconventionele wijze van onderzoek doen, komt hij vaak onverwachte pareltjes tegen. Echter, zoals in elk onderzoek, loopt hij ook wel eens tegen problemen aan.
Prof. Dr. Atabaki is hoofd van de faculteit Midden Oosten en Zuid-Oost Azië aan the International Institute of Social History. Tevens is hij professor Sociale Geschiedenis van het Midden-Oosten en Zuid-Oost Azië aan de Universiteit Leiden en aan de Universiteit van Amsterdam. Hoewel hij in eerste instantie promoveerde in de theoretische Natuurkunde, was zijn interesse voor geschiedenis zo groot dat hij ook begon aan een studie geschiedenis. Uiteindelijk promoveerde hij ook in de geschiedenis en houdt zich nu vooral bezig met sociaal-historisch onderzoek.
Bottom up
Prof. Atabaki is graag duidelijk over het onderzoeksveld waar hij zich in begeeft : sociale geschiedenis. Politieke geschiedenis, vertelt hij, is namelijk "No big deal". Men doet daar voornamelijk bronnenonderzoek en na wat graafwerk in archieven wordt een proefschrift geschreven. Sociale geschiedenis staat hier recht tegenover.
Atabaki is geïnteresseerd in de geschiedenis die de samenleving ‘bottom up’ bekijkt : "Hoe leefde het gewone volk bijvoorbeeld in pakweg 1500 in Leiden? Waarmee ontbeten de mensen, wat deden ze als ontspanning?" Deze informatie is niet zomaar te vinden in archieven, want daar wordt meestal geschreven over de monarchen, adel of rijke burgers. Het onderzoek naar Jan met de pet wordt daardoor vaak vergeten, maar Atabaki is vastbesloten om op dit terrein resultaten te blijven boeken.
Voor zijn lopende onderzoek houdt hij zich bezig met het fenomeen tijd en de manier waarop de samenleving reageerde op het verschijnen van 'tijd' en de publieke klok. Naar dit onderwerp was tot nog toe maar weinig onderzoek verricht en goede onderzoeksmethodes waren nog niet bekend. Ook voor dit onderzoek moest hij op zoek gaan naar de gewone man en dus minder gangbare bronnen gebruiken, zoals bijvoorbeeld poëzie of andere literatuur.
Alle klokken luiden
Atabaki begon zijn onderzoek met een brede en open onderzoeksvraag. Gaandeweg ontdekte hij verschillende deelonderwerpen van de tijd die hem interesseerden. Dit zien we duidelijk terug in hoe het proces zich bij Atabaki voltrok. Oorspronkelijk was zijn plan om de relatie tussen mensen en tijd te onderzoeken. Hierbij speelde de klok een belangrijke rol. Hij wilde erachter komen hoe de klok universeel geaccepteerd en beoordeeld werd. Atabaki gaf echter aan dat zijn vraag tijdens het onderzoek veranderde. Hij had niet een exacte tijdsplanning gemaakt en wist niet hoeveel tijd hij aan de verschillende deelonderwerpen zou besteden. Hij zegt hier zelf over: "Wanneer je onderzoek doet, ga je van de ene kamer naar de andere. Dat is wat onderzoek spannend maakt, anders is het politieke geschiedenis."
"Wanneer je onderzoek doet, ga je van de ene kamer naar een andere. Dat is wat onderzoek spannend maakt."
Atabaki begon te kijken naar de universele acceptatie van de klok. Zo kwam hij erachter dat men in verschillende landen en werelddelen anders tegen de openbare klok aankeek. Naar aanleiding daarvan ging hij zich afvragen waarom Arabieren en ook moslims aanvankelijk niet blij waren met de openbare klok. Uiteindelijk kwam hij erachter dat de klok ze aan het christendom deed denken, omdat er meestal een bel aanhangt. Zo rolde hij in zijn volgende deelvraag: Een klok zonder bel, hoe zat het daarmee? Op deze manier leiden antwoorden op de ene deelvraag tot nieuwe deelvragen die de oorspronkelijke onderzoeksvraag aanvullen.
Bronnen: een onderzoek op zichzelf
Het moeilijkste aan onderzoek in de sociale geschiedenis doen, vindt Atabaki zonder twijfel het vinden van geschikte bronnen. Het ontbreken van bronnen – en vooral de broodnodige primaire bronnen - was zijn grootste obstakel. Hij gebruikte alle bronnen die voorhanden waren, zowel primair als secundair, zowel mondeling als uit archieven. Bij de bronnen uit archieven moest hij scherp letten op wie de schrijver van de bron was. Zelfs bij officiële documenten moet je volgens hem nooit als vanzelfsprekend aannemen dat er betrouwbare informatie in staat. Het is altijd van groot belang om na te gaan wat voor persoon de schrijver van de bron was. Teksten die aanvankelijk objectief lijken, zijn vaak toch subjectief getint.
In de archieven zijn echter de meeste antwoorden op de vragen die Atabaki stelt niet te vinden. Die antwoorden moet hij vaak halen uit alternatieve bronnen. Hij zegt hier zelf over: "Het beantwoorden van dit soort vragen [over de levenswijze van 'gewone' mensen red.] over hedendaagse mensen is makkelijk: je gaat op reis en ziet het. Vragen over vijftig jaar geleden zijn nog steeds makkelijk, je kunt bij wijze van spreken je opa en oma interviewen. Als je honderd jaar teruggaat, vind je zo niet echt veel informatie meer." Atabaki gebruikt daarom bronnen zoals poëzie, proza of andere privé correspondentie: brieven, liefdesbrieven, foto's. Hij brengt deze allemaal samen en gaat vervolgens op zoek naar de onderlinge verbanden in deze bronnen, waarbij hij voortdurend zoekt naar verschillen en overeenkomsten.
Back to the twenties
Om erachter te komen hoe men in de latere geschiedenis, bijvoorbeeld in de jaren twintig van de vorige eeuw, naar de klok keek, nam Atabaki interviews af. Hij reisde hiervoor onder andere af naar Turkije, China en India. Het bleek dat het vinden van mensen voor interviews vaak erg moeilijk is. Vooral netwerken en het beheersen van de taal zijn erg belangrijk. Atabaki heeft hierbij het voordeel dat hij meerdere talen vloeiend beheerst. Ook is het noodzakelijk dat mensen je vertrouwen en de waarheid durven te spreken. Bij zijn onderzoek naar de klok was dit niet zo'n groot probleem, maar bij een eerder onderzoek stuitte hij bijvoorbeeld op een zeer bange man die de Sovjet kampen had overleefd en telkens dacht dat de Sovjets achter hem aan zouden zitten. Tevens gebruikt Atabaki secundaire bronnen om het waarheidsgehalte van de primaire bronnen na te gaan. Het grootste gedeelte van de informatie haalt hij uit de literatuur en van internet.
Soms kom je als onderzoeker ook bij toeval aan informatie. Zo was Atabaki op vakantie in Maleisië, waar hij in een oude Nederlandse kolonie een prachtige klok opmerkte. Deze klok had een bel, maar die was niet werkzaam. Dat verbaasde hem, en hij nam er wat foto’s van. Na een bezoek aan de klokkentoren, merkte hij bij toeval een horlogemaker aan de overkant van de straat op. Hij kreeg een ingeving en besloot de horlogemaker om informatie te vragen. De horlogemaker vertelde hem dat de klok al zo’n vijftig jaar niet meer werkzaam was. Na nog wat gepraat te hebben, kwam Atabaki erachter dat de man het echter niet zo’n groot probleem vond dat de bel niet werkte, als de klok het maar deed. Dat was een grote doorbraak voor de professor, die nu inzag dat de klokken zelf niet zozeer een bezwaar waren voor moslims, maar een bel in bedrijf. Zelfs als toerist deed hij waardevolle ontdekkingen voor zijn onderzoek.
Picasso der wetenschap
Tijdens het lezen van informatie verwerkt en analyseert Atabaki alle informatie. Kritisch lezen is volgens hem een van de essenties van onderzoek doen. Hij bekijkt daarom zijn bronnen met een kritische blik. Uiteindelijk voegt hij de informatie uit de verschillende bronnen tot één geheel.
Atabaki vergelijkt zichzelf met een schilder. Hij laat het resultaat op zich afkomen : "Soms is het kunst, laat me groen aan rood toevoegen en kijken wat er gebeurt. Oh my god, prachtig." Als hij begint aan een onderzoek weet hij vaak nog helemaal niet waar hij uit zal komen. Juist door deze open houding laat hij voldoende kansen open voor onverwachte resultaten. Als de vooropgestelde hypothese totaal niet interessant meer blijkt te zijn, laat hij deze varen en gaat hij dieper in op het verrassende resultaat. Hij vindt dit zelf een luxe, die hem geschonken is als ‘ervaren rot’ in het vak. "Jonge mensen moeten zich bewijzen en zo’n 1 à 2 stukken per jaar publiceren. Ik kan gewoon mijn eigen gang gaan en onderzoeken wat ik interessant vind".
H. 458, H. 459?
Het onderzoek naar de klok is nog lopende. Waarschijnlijk wordt het gehele onderzoek over circa twee jaar gepubliceerd. Het geheel zal een groot boek worden over het begrip tijd in onder andere de Arabische wereld. Atabaki publiceert echter wel reeds afgeronde hoofdstukken van het boek. Hij laat vaak hoofdstukken lezen aan zijn vrienden, waaronder ook hoogleraren, maar dan uit een ander vakgebied. Volgens hem kan een blik uit een andere wetenschap juist een vernieuwend licht op een onderzoek werpen. Bovendien wijst het hem op punten die hij kan verbeteren : "Een leek leest het stuk en komt met vragen. Zo weet je dat je nog meer uitleg moet geven".
Atabaki draagt bij aan de geschiedenis van de gewone man en vrouw. Vooral dat laatste is belangrijk, want, zoals hij benadrukt, is in de geschiedenis van de elite oftewel de geschiedenis van de man de vrouw bijna altijd afwezig. Hetzelfde geldt voor etnische minderheden en armen. "Soms vind je veel overeenkomsten tussen verschillende delen van de wereld. Soms ook helemaal niet."
"Soms is het kunst, laat me groen aan rood toevoegen en kijken wat er gebeurt."
Make a difference
Volgens Atabaki is geduld de belangrijkste eigenschap van een onderzoeker. Hij is sterk tegen een essentialistische aanpak van onderzoek doen. Zijn inauguratierede, gehouden bij
toetreding tot de positie van bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam in 2002, gaat over de essentialistische aanpak van verscheidene sociale historici door de eeuwen heen. Het niet hebben van vooroordelen en dus met een open blik in een onderzoek stappen zijn essentiële eisen voor het doen van een wetenschappelijk onderzoek. Hij voegt hier wel aan toe dat het de laatste jaren een stuk beter gaat met wetenschappelijk onderzoek. Steeds meer wetenschappers wijzen het essentialistische pad af – vooral in landen waar er veel geld in onderzoek wordt gestoken.
Als wij aan hem vragen wat hij anders zou hebben gedaan als hij opnieuw zou beginnen aan zijn onderzoek, antwoordt hij: "Niets". Wel zou hij wat willen veranderen in zijn wetenschappelijke carrière. Hij had ook graag sociologie gestudeerd. Deze wetenschap maakt namelijk een belangrijk deel uit van zijn onderzoeken en hij heeft het zich zelf eigen moeten maken.
Hot or not?
Volgens hem is het belangrijk dat mensen zich vooral bezig houden met het veld waarin ze gespecialiseerd zijn. Op dit moment zijn er bijvoorbeeld veel wetenschappers die zich bezig houden met de Islam, omdat het een ‘hot topic’ is, terwijl ze niet de juiste achtergrond hebben. Atabaki zegt hierover: "Iedereen schrijft over de Islam! Oh my god, genoeg! Er is zoveel meer: werk, kunst, drank, vrouwen, niet alleen het geloof is een deel van ons leven. Vierentwintig uur per dag praten over Jezus Christus, ik ben er niet in geïnteresseerd. Ja, het geloof is een deel van het leven, maar niet het alles overkoepelende deel. Kijk naar alle andere kwesties in de wereld!"
Dit is dan ook de reden dat hij zich bezig houdt met sociaal-historisch onderzoek. Hij onderzoekt dat wat weinig is onderzocht. "Niet de koningen, politici en alle ‘belangrijke mensen’. Maar het leven van de gewone mensen op straat, zoals u en ik." Misschien nu niet een 'hot topic', maar oh my god, met de onderzoeksmethode van Atabaki weet je nooit wat je zult vinden, of wat de uitkomst zal zijn.