Een blik in het verleden

Prof. dr. J.C.H. (Hans) Blom Hans Blom werd in 1943 geboren in Leiden. Op 32-jarige leeftijd promoveerde hij aan de universiteit van Leiden met het boek De muiterij op De Zeven Provinciën. Gevolgen en reacties in Nederland. Zijn expertise is de Nederlandse geschiedenis vanaf de Middeleeuwen, al besteedt hij voorna-melijk aandacht aan de 20e eeuw. Hij werkte aan de universiteit van Amsterdam vanaf 1970 en  werd in 1983 hoogleraar aan deze universiteit, zodat hij nu ook promovendi mag begeleiden. In 2007 ging hij met emeritaat en heeft toen in Leiden een bijzondere leerstoel gekregen. Het cursusjaar 2010-2011 is hij de Cleveringa-hoogleraar, deze houdt zich volgens de opdracht bezig met: ‘vraagstukken op het gebied van recht, vrijheid en verantwoordelijkheid’. Ook is hij, met behoud van zijn hoogleraarschap, gedurende de jaren 1996 tot en met 2007 directeur van het NIOD geweest, het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Als directeur hiervan heeft hij de onderzoekscommissie geleid die onderzoek deed naar de Val van Srebrenica. Als directeur van het NIOD is hij bekend geworden doordat hij, in tegenstelling tot zijn voorganger Lou de Jong, niet zozeer een schuldige wilde aanwijzen, maar wilde achterhalen wat mensen dreef, met ander woorden analyseren en niet zo zeer oordelen.

De realiteit

In de realiteit zitten er echter heel wat haken en ogen aan wetenschappelijk onderzoek doen. Prof. dr. J.C.H. Blom, historicus, oud-directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) en Cleveringahoogleraar aan de Universiteit Leiden, kan daarover meepraten. In de achterkamer van zijn woning vertelt Blom enthousiast over zijn wetenschappelijke onderzoeken en wat hij daarbij tegen is gekomen: “Wetenschappelijk onderzoek is geen invuloefening. Er duiken altijd verrassingen op en die kun je van te voren niet in je methode opnemen, de uitkomsten van je onderzoek leveren soms heel andere resultaten op dan je van te voren in je hoofd had.” Hij ziet deze andere resultaten echter niet als onbevredigend, maar juist als verrassend en nuttig: “Negatieve resultaten zijn immers ook resultaten.”
In het bedrijven van wetenschappelijk onderzoek komt men voor meevallers te staan, echter ook voor problemen. Deze problemen kunnen verschillende oorzaken hebben. In de loop van het onderzoek kan blijken dat de gekozen methode niet goed is. Of de onderzoeksvraag blijkt achteraf niet geschikt. Ook kan het zijn dat in een onderzoek onenigheid ontstaat tussen wetenschappers onderling die samenwerken in een team of door concurrentie. Voorts kunnen er bij een onderzoek ook problemen zijn op het gebied van politiek en media.
 

Verkeerde vraagstelling

In zijn onderzoek naar de verzuiling in Nederland kwam Blom er achter dat het mogelijk is om met een bepaald idee een onderzoek in te gaan, maar vervolgens op heel andere resultaten uit te komen dan men verwacht had. Er was een reeks verklaringen voor de verzuiling volgens Blom. Al deze de verklaringen leken erg overtuigend, maar als men er goed naar keek, bleken ze niet naast elkaar te kunnen worden gehanteerd. Dit wekte Bloms nieuwsgierigheid en hij ging op zoek naar de eigenlijke oorzaak van de verzuiling.
In tegenstelling tot alle voorgaande onderzoeken, die de verzuiling bekeken als een landelijk proces, wilde Blom het proces lokaal bestuderen om zo dichter bij de gewone man uit die tijd te komen. Er werd van te voren een plan uitgedacht om het onderzoek uit te voeren: veertig van de twaalfhonderd gemeentes die er indertijd in Nederland waren, zouden onderzocht worden. De programmaleiding zou vervolgens op basis van de studies die voort zouden komen uit het onderzoek, een meesterwerk schrijven.
 

Chocola

De eerste problemen kwamen echter al snel om de hoek kijken. Er was onvoldoende geld en mankracht beschikbaar om al deze veertig gemeenten te onderzoeken zodat er uiteindelijk maar acht gemeenten diepgaand zijn onderzocht. Blom vond het belangrijk dat de onderzoekers heel goed opletten op opvallende dingen: “Kijk uit je doppen! Zoek naar de onverwachte dingen.” Deze onverwachte zaken kan men niet van te voren in het plan opnemen. Blom gaf de onderzoekers erg veel vrijheid in hun onderzoek: “De onderzoekers kregen vooral de opdracht om niet alleen de feiten te vermelden, maar ook om te interpreteren.” Dit leverde heel interessante en mooie studies op: “Het resultaat was dat we wel heel mooie boeken hadden met heel goede studies, maar er was geen chocola meer van te maken. Het was alle kanten uitgegaan. Je zou kunnen zeggen: een gigantische mislukking.”
 

Vernietigende kracht

In gesprekken met de onderzoekers werd het echter steeds duidelijker voor Blom dat er een foute vraag aan het onderzoek ten grondslag lag. De fout die gemaakt was, was dat de metafoor verzuiling beschouwd werd als iets wat men wetenschappelijk kan onderzoeken. Alle verklaringen voor de verzuiling bleken uiteindelijk toch niet te kloppen. “De vernietigende kracht van het onderzoek”, aldus Blom.
 

Nieuwe vergezichten

Het onderzoek was echter toch geen mislukking, maar juist zeer goed gelukt, alleen met heel andere resultaten dan verwacht. De verzuiling bleek een gevolg van een aantal onderliggende processen te zijn, die zich op een bepaalde manier met elkaar verbinden. De professor noemde dit ‘nieuwe vergezichten’. Uiteindelijk schreef hij een artikel over dit onderzoek, dat hij ‘Vernietigende kracht en nieuwe vergezichten’  noemde. In dit onderzoek waren er duidelijk andere resultaten dan verwacht.
 
De verzuiling in Nederland Verzuiling is een abstract begrip, er is dan ook enige discussie over het begrip, maar over het algemeen wordt het volgende er mee bedoeld. Een samenleving waarbij bevolkingsgroepen met verschillende ideologieën of levensovertuigingen binnen hun eigen groep, subcultuur, leven in het land. Bijvoorbeeld een rooms-katholiek jongetje wordt geboren, gaat naar een rooms-katholieke basisschool, vervolgens naar een rooms-katholieke beroepsopleiding, werkt bij een rooms-katholieke werkgever, trouwt met een rooms-katholieke vrouw, gaat bij rooms-katholieke winkeliers zijn spullen kopen, gaat naar de rooms-katholieke kerk en wordt uiteindelijk begraven op een rooms-katholieke begraafplaats. Zo is rooms-katholiek ook te vervangen door protestants of sociaaldemocratisch (met uitzondering van de kerk en begraafplaats). Kenmerken van de verzuiling zijn eigen organisaties, werknemer en -gevers, eigen omroepen, eigen kranten en eigen scholen. Feitelijke betekent dit dat er (vrijwel) geen contact was met andere mensen van buiten hun zuil. Eind negentiende, begin twintigste eeuw ontstond de verzuiling in Nederland. Als grondlegger wordt vaak Abraham Kuyper genoemd. Hij stichtte in 1886 een eigen kerkgenootschap, richtte de Vrije Universiteit op, stichtte de eerste politieke partij (de Anti-Revolutionaire Partij) en richtte een eigen krant op. Hij wilde zijn achterban verenigen om op deze wijze veel stemmen te krijgen en zo veel invloed te krijgen in de regering van Nederland. In Nederland worden drie of vier zuilen onderscheidden in die tijd, de katholieke, protestantse, socialistische en de algemene. Deze laatste was niet echt opzettelijk een zuil, maar vormt in feite de rest van de samenleving die buiten de eerste drie viel. Eind jaren ’50 en in de jaren ’60 treedt de ontzuiling op. De mensen trekken weer naar elkaar toe uit de veilige zuil en nu leven we dan ook nog in een ontzuilde samenleving. Sommigen beweren wel dat er nog steeds een islamitische en een reformatorische zuil is. Hoewel verzuiling echt in Nederland is ontstaan, is of was het ook terug te vinden in onder andere Oostenrijk, België en Zwitserland.
 
De val van SrebrenicaIn de jaren 1991 en 1992 viel de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië uit elkaar in vijf landen, Kroatië, Slovenië, Bosnië en Herzegovina, Macedonië, Joegoslavië (De huidige landen Servië en Montenegro). De stad (en provincie) Srebrenica ligt op de grens van Bosnië en Joegoslavië. De moslims in Srebrenica werden constant bedreigd door de Serven uit Joegoslavië. Daarom riep de Verenigde Naties dit gebied in 1993 uit tot een Safe area, een gebied waar de VN de rust garandeert. Het gebied werd onder toezicht gesteld van Nederlandse troepen, 600 soldaten van de bataljons Dutchbat I, II en III, die de veiligheid van vooral de moslims in de Safe area moesten bewaken. Op 11 juli 1995 ging het verkeerd, de Servische troepen trokken onder leiding van generaal Ratko Mladić Srebrenica binnen. Zij deporteerden en vermoorden vervolgens meer dan achtduizend moslimsjongens en -mannen. Gelijk rees de vraag wie er nu verantwoordelijk voor deze genocide was. Waarom hadden de Nederlanders niet ingegrepen? De overheid vroeg in 1996 aan het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie) of zij wilden onderzoeken wat er voor, tijdens en na de val van Srebrenica was gebeurd. Prof Dr. H. Blom heeft als directeur van de NIOD de onderzoekscommissie geleid. Toen het rapport werd gepubliceerd is het tweede kabinet Kok afgetreden. Dit deed het kabinet, naar eigen zeggen, niet omdat het schuldig was, maar om openlijk de verantwoordelijkheid te nemen.
 
Emoties
 
Naast zijn onderzoek naar de verzuiling werkte professor Blom ook, in de jaren 1996 tot en met 2007, als directeur van het NIOD mee aan een onderzoek naar de gang van zaken rond de val van Srebrenica. Tijdens dit onderzoek stuitte hij op verschillende problemen die veroorzaakt werden door mensen, politiek en media. De mens is altijd een onzekerheidsfactor in een onderzoek. Zo ook in het Srebrenica onderzoek waarvan professor Blom de leiding had. Ten eerste waren er de onderzoekers zelf. Elk met zijn of haar eigen werkwijze, elk met een eigen kijk op het onderzoek. Dat kan voor botsingen binnen het team zorgen, hoewel men in dat opzicht in de praktijk geen grote problemen bleek te hebben. Ook het langs elkaar heen werken, een dreigend gevaar in alle grotere onderzoeken, bleef binnen de perken tijdens het Srebrenica onderzoek. Wel leverde iedere onderzoeker een duidelijk herkenbaar eigen gedeelte aan, wat zorgde voor een heterogeen eindproduct. 

De persoonlijkheid van de onderzoekers was ook van belang wat betreft de reacties op emotionele verhalen. De gebeurtenissen in Srebrenica zijn emotioneel beladen voor zowel slachtoffer, dader, omstander als onderzoeker. “De emotionele verwerking… was een moeilijkheidsgraad in het onderzoek die eigenlijk groter was dan het zuiver intellectuele schrijven van het rapport.” Een verhaal kan een onderzoeker zo aangrijpen, dat het beter is de taak aan een ander over te dragen.
 
Waarheid
 
Voor het onderzoek werd een groot aantal interviews gehouden. De geïnterviewde personen waren daarbij een onzekere factor: kon wat ze zeiden geloofd worden? Wilden ze geen positief licht werpen op hun eigen rol in het gebeurde? De personen die betrokken waren bij de gebeurtenissen in Srebrenica, waren nog in leven en hadden belang bij de uitkomst van het onderzoek. Er was dus een kans dat ze niet de volledige waarheid vertelden. “In een aantal gevallen was het heel evident dat men probeerde zijn eigen straatje schoon te vegen.” Daarnaast kon het voorkomen dat een informant de onderzoekers eerlijk vertelde wat hij wist, maar tegelijkertijd toch de verkeerde informatie verschafte. Hun bronnen konden verkeerde informatie hebben aangeleverd, of er kon sprake zijn van het onbewust doorgeven van een gekleurd beeld van de gebeurtenissen. Dit probleem werd opgelost door kritisch naar de geïnterviewde persoon te luisteren en zo veel mogelijk verschillende personen te ondervragen.
Soms was bepaalde informatie maar uit een enkel interview afkomstig. Hoeveel waarde kan men dan aan die informatie hechten? Was het mogelijk om de verkregen informatie dan te gebruiken voor het uiteindelijke rapport? Uiteindelijk is ervoor gekozen de belangrijke informatie die maar uit één enkele bron kwam wel te gebruiken, maar onder de vermelding dat die informatie gebaseerd is op één enkele bron, of door de informatie te verwerken als achtergrondinformatie.
 
Anoniem
 
Een ander aspect dat Blom noemt bij de interviews was naast de kritische blik ook de veiligheid. Sommige mensen, vooral in het gebied zelf, liepen reële risico’s als bekend zou worden dat zij de onderzoekers bepaalde informatie hadden verschaft. Er werd een gelijke benadering als bij de enkele bronnen toegepast wanneer geïnterviewde personen anoniem wilden blijven. “We hebben ook contact gehad met mensen die nadrukkelijk hun naam niet wilden noemen. Dit was vooral het geval bij mensen uit het gebied zelf die mogelijkerwijs echte risico’s zouden lopen als ze ons dingen vertelden.” Omdat een anonieme bron strijdig is met het wetenschappelijke principe van herhaalbaarheid en controleerbaarheid, werd besloten belangrijke informatie van anonieme bronnen alleen onder de vermelding ‘anonieme bron’ of als achtergrondinformatie op te nemen.
 
Halsband
 
Het Srebrenica onderzoek vond plaats vlak na de feitelijke gebeurtenissen die veel aandacht en emoties opriepen. De uitkomst van het onderzoek zou zo veel invloed kunnen hebben op de stabiliteit en positie van de zittende regering. Een gevolg daarvan was de intensieve aandacht van de politiek en de media voor het onderzoek. Dat zorgde regelmatig voor problemen. Het meest voor de hand liggende risico was dat de politiek de uitkomst van het onderzoek zou proberen te beïnvloeden, ware het niet dat het NIOD al tijdens de onderhandelingen met de regering over het onderzoek volledige onafhankelijkheid had bedongen. Bleef het punt echter, dat men zo snel mogelijk resultaat wilde zien. In de eerste fase van het onderzoek leidde dit nog niet tot grote tijdsdruk; het was nog onduidelijk hoe het onderzoek zou gaan verlopen, waardoor er geen einddatum kon worden vastgesteld. Naarmate het onderzoek vorderde nam de tijdsdruk echter toe, wat er uiteindelijk voor zorgde dat aan de afwerking van het onderzoek niet zoveel tijd was besteed als men aanvankelijk van plan was. Een gevolg hiervan was de onoverzichtelijke index van het rapport. Later werd er daarom apart een betere index uitgegeven.

De media besteedden intussen veel aandacht aan Srebrenica, omdat dit bij de Nederlandse bevolking erg leefde. Zij publiceerden dan ook regelmatig berichten over Srebrenica die de beeldvorming beïnvloedden. Die grote publiciteit was niet gunstig voor het onderzoek, omdat deze soms mensen die nog geïnterviewd moesten worden door de onderzoekers, schrik aanjoeg of deed aarzelen het achterste van hun tong te laten zien. Daarnaast waren de media niet zelden kritisch over de onafhankelijkheid van het NIOD; “Er werden ook cartoons gepubliceerd waarop het instituut stond afgebeeld aan een halsband. De riem werd vastgehouden door de regering.” In werkelijkheid had het NIOD echter bij de regering volledige onafhankelijkheid bedongen.
 
Interim-rapport
 
Om enigszins tegemoet te komen aan de sterke druk om met bevindingen te komen, werden na verloop van tijd interimrapporten uitgebracht, maar die beperkten zich inhoudelijk tot de stand van zaken van het proces. De onderzoekers wensten niet dat (wellicht voor een deel nog niet definitieve) deelresultaten los van de samenhang van het hele rapport in de publiciteit zouden komen en zo een eigen leven zouden gaan leiden. Dit had als nadeel dat de ongeduldigheid natuurlijk bleef en dat de media, die ondertussen niet stil zaten, eigen resultaten van onderzoek (meestal geen hele degelijke resultaten) publiceerden. Zo bleef tijdens het onderzoek de publiciteit over het onderwerp groot en men werd soms erg emotioneel.
Deze grote emoties in de samenleving en de aandacht in de media voor deze gruwelijke recente gebeurtenissen leverden voor het historische onderzoek daarnaar nog heel wat problemen op. Zeer ernstige problemen die betrekking zouden hebben op de eindresultaten konden echter worden vermeden, doordat vooraf goede afspraken waren gemaakt over de onafhankelijkheid van de onderzoekers, de toegang tot de bronnen en de zwijgzaamheid naar buiten tijdens het onderzoek.
 
Transpiratie
 
Onderzoek verloopt dus lang niet altijd volgens het standaard stappenplan, je kunt alles nog zo goed uitdenken, maar er vinden altijd onverwachte gebeurtenissen plaats of er komen onverwachte resultaten boven water. Dit is echter geen probleem, dat maakt het bedrijven van wetenschap juist zo leuk! Wanneer het altijd volgens vaste schema’s zou lopen, was de wetenschap al lang geleden verdwenen. Nee, wetenschap is geen invuloefening. Onderzoek doen betekent tegenslagen incasseren,  maar er komt daarnaast ook veel verrassends naar voren en ogenschijnlijke mislukkingen kunnen heel interessant zijn. 
 
Soms zit het echter echt tegen, mislukt het onderzoek en ook de mislukking zelf levert niets op. Ook dat behoort tot de ervaring van veel onderzoekers. Zoals de alom bekende uitvinder Thomas Edison, die indertijd duizenden verschillende materialen probeerde voor zijn gloeilamp, ooit heeft gezegd: “Genius is one percent inspiration, ninety-nine percent perspiration” oftewel “Genie is een procent inspiratie, negenennegentig procent transpiratie”. Tsja, gewoon opnieuw beginnen dus…