Onderwijskundig onderzoeksproces

Programma

Toelichting

Globale stappen van de les.
Dit plan is geschreven voor de leraar.

Voordat de instructie begint moet de klas rustig zijn en aandacht voor jou hebben.
Je vertelt onderstaande punten in een goed lopend verhaal:
  • Vertel dat we vandaag het onderzoeksproces uitgebreid gaan bekijken. Vraag of er leerlingen zijn die geïnteresseerd zijn in onderzoek doen? Tel het aantal en vertel dat u dit aan het einde van de les weer doet.
  • Een onderzoek bestaat eigenlijk uit 3 fases; de voorbereiding, de proef en de verwerking en reflectie van de resultaten. Geef aan dat in deze les alle drie de fases worden behandeld. Schrijf de structuur op het bord.
    (4 min)
We beginnen met de voorbereiding.
  • Een onderzoek begin je niet zomaar, je begint met de voorbereiding. Waarbij begint een onderzoek?
  • Een onderzoek begint met een onderzoeksvraag. Je bent ergens nieuwsgierig naar en er zijn meestal nog geen goede/helemaal geen antwoorden op je vraag. Vaak komt een onderzoeksvraag als een reactie op problemen in de wetenschap of de samenleving. Bijvoorbeeld: op de school ‘het stanislas’ zijn twee klassen frans. De ene klas haalt allemaal negens en tienen, maar de andere klas heeft veel lagere cijfers. De klassen hebben verschillende leraren. het verschil in cijfers wordt toegeschreven aan de leraren. Een zeer slimme leerling wil hier onderzoek naar doen. Wat zou zijn onderzoeksvraag zijn? Klasdiscussie
  • Tijdens de klasdiscussie maak je de klas duidelijk dat een onderzoeksvraag een gerichte vraag is naar wat je wilt onderzoeken. Een onderzoeksvraag moet precies en duidelijk geformuleerd worden. Schrijf ‘onderzoeksvraag’ op het bord.
  • Vervolgens vraag je aan de klas wat zij denken dat het antwoord op de onderzoeksvraag is. Leg uit dat dit de hypothese is. Maak duidelijk dat de hypothese jouw verwachting van de resultaten van het onderzoek is voordat je het onderzoek hebt gedaan. Schrijf ‘hypothese’ op het bord. En probeer dit toe te passen op voorgenoemd onderzoek.
  • Een onderzoek lukt nooit zonder geld. Onderzoekers doen er alles aan om zoveel mogelijk geld te verzamelen. Er zijn verschillende instanties die geld geven. Schrijf financiering op het bord
    o De universiteiten verdelen hun geld over de onderzoeken. Voor veel geld moet je onderzoek vernieuwend en nuttig voor de samenleving zijn.
    o De overheid geeft naast geld aan de universiteiten ook subsidies voor onderzoek.
    o De NWO geeft ook geld aan onderzoekers om hun onderzoek te financieren.
    o Het bedrijfsleven speelt ook een belangrijke rol, denk aan Shell die nieuwe brandstofmogelijkheden zoekt.
  • Nu hebben we een onderzoeksvraag, een hypothese en het benodigde geld. Wat hebben we nu nog nodig om het uit te gaan voeren?
    (15 min)
Bij het volgende lesonderdeel moet de leerling zelf actief meedenken. De leerling moet gaan snappen dat onderzoek doen uit meerdere aspecten bestaat en dat de onderzoeker zijn onderzoek soms moet aanpassen. 
  • Het laatste deel van de voorbereiding is de proef opstellen. Je moet bedenken wat er allemaal nodig is voor het onderzoek; welke methoden en middelen en ga zo maar door. Schrijf ‘proef opstellen’ op het bord. Bedenk dat ook het voorbeeldonderzoek een proef nodig heeft en vraag hoe de leerlingen dit zouden doen. Probeer te leiden naar de volgende twee punten:
    o de leraar moet geobserveerd worden
    o er moeten vragenlijsten ingevuld worden door betrokken personen
  • kom dan tot de conclusie dat een proef heel gericht onderzoek doet naar een vraag en dat je zo precies mogelijk te werk moet gaan.   
  • Nu zijn de voorbereidingen gedaan voor het onderzoek en begint het onderzoek pas écht.
Geef aan dat nu de tweede fase binnen het onderzoeksproces begint: de proef.
  • Je hebt natuurlijk verschillende soorten onderzoek. Bij het ene onderzoek krijg je een duidelijke uitkomst, maar bij het andere is het een stuk moeilijker duidelijke resultaten te krijgen. Neem nu het voorbeeld van de leerling die leraren gaat onderzoeken. Waarom denken jullie dat het moeilijk is om objectieve resultaten uit dit onderzoek te krijgen? Schrijf objectief op het bord en leg zo nodig uit.
  • Als de leerling van het voorbeeldonderzoek een vragenlijst uitdeelt aan de leraren krijgt hij niet meteen perfecte/juiste antwoorden. Het is moeilijk om dat te onderzoeken omdat het mensen zijn. Mensen zijn niet altijd even eerlijk en ingewikkeld om te onderzoeken. Stel jullie krijgen deze vragenlijst. Gebruik PowerPoint.

Je beste vriendin/vriend zoent met jou vriendje/vriendinnetje, hoe zou jij reageren?
a. Ik schreeuw en huil de hele boel bij elkaar en verbreek meteen de vriendschap en de relatie?
b. Ik vraag aan beide wat er precies is gebeurd en overweeg dan een paar dagen en neem dan een helder besluit.
c. Ik doe net alsof er niets gebeurd is.
  • Welk antwoord denk je dat de meeste mensen zullen geven? Antwoord B. Maar waarom? Dit komt omdat antwoord B sociaal wenselijk is. Het is verantwoord en helder en men gaat ervan uit dat dit het antwoord is dat anderen willen horen. Mensen zullen dus  vaak  voor B kiezen, terwijl ze in werkelijkheid misschien heel anders zullen reageren.
    Dit kan een probleem zijn wat komt kijken bij onderzoek doen. Wees er dus altijd op bedacht dat je dingen moet veranderen tijdens het onderzoek doen omdat er van alles tegen kan vallen.
    Je hebt dus tegenslagen in een onderzoek, in zo’n geval zoek je naar een andere manier om betere resultaten te krijgen.(dit was een belangrijk onderdeel van mevrouw de jong haar onderzoek)
    (15 min.)
    Geef nu aan dat de laatste fase binnen het onderzoek begint: de verwerking en reflectie. Schrijf ‘verwerking en reflectie’ op het bord.
  • Als je alle resultaten hebt verzameld en netjes in een overzicht hebt gezet, ben je aanbeland bij de laatste fase van het onderzoek: de verwerking van de resultaten.
  • Het kan zijn dat je resultaten overeenkomen met je hypothese, je hebt dan bewezen dat iets waar is. Het tegenovergestelde is ook mogelijk. Het kan zijn dat je resultaten je hypothese ontkrachten, dan heb je het tegenovergestelde van je hypothese bewezen.
  • Het komt vaak voor dat er iets anders uit de resultaten dan je had verwacht, maar je wel iets anders bij toeval ontdekt hebt. Dit heet in de wetenschap serendipity. Schrijf ‘serendipity’ op het bord. Probeer dit weer terug te leiden naar het voorbeeldonderzoek. Wat zou deze leerling per ongeluk kunnen ontdekken? Geef een voorbeeld als het niet door de leerlingen wordt begrepen.
  • Ook is het mogelijk dat de resultaten door fouten in het onderzoek niet goed zijn of niet naar wens zijn. Je kijkt dan kritisch naar het onderzoek, dit wordt de reflectie op het onderzoek genoemd. Je kan dan de hypothese aanpassen en opnieuw beginnen.
  • Zo zien jullie dat wetenschap ontzettend leuk en onverwacht is. Hoeveel van jullie zouden later misschien onderzoek willen doen?
    (9 min)
Geef tot slot het huiswerk op, bedank de klas voor de aandacht en wens ze nog een fijne dag.
(1 min)
 

Uitwerking

Doel van de les

We willen met deze les uitleggen hoe een wetenschappelijk proces werkt en hoe een wetenschappelijk onderzoek tot stand komt. We willen dat de leerlingen een duidelijk overzicht van een onderzoeksproces hebben aan het einde van de les. Ze moeten begrijpen welke stappen ondernomen moeten worden en dat er tegenslagen kunnen optreden.
We leggen in deze les uit dat er veel bij een onderzoeksproces komt kijken en dat het niet zonder tegenslagen verloopt.
Via deze les kunnen ze op een ontspannen manier kennis laten maken met wetenschappelijk onderwijs en horen ze ook dat wetenschappelijk onderzoek niet altijd van een leien dakje gaat. We hebben immers te maken met VWO leerlingen die binnenkort voor de keuze staan welke studiekeuze ze maken en deze les kan inzichten in de wetenschappelijke wereld bieden zodat leerlingen een goed onderbouwde keuze kunnen maken. Deze les moet zowel nuttig zijn voor de aankomende studiekeuze als voor toekomstige praktische opdrachten (zoals het profielwerkstuk).

Deze les hebben we gemaakt n.a.v. een interview met mevrouw de Jong. Zij doet onderzoek bij lerarenopleidingen. Haar onderzoek is gericht op verwachtingspatronen bij leraren en hoe dit hun lesstijl beïnvloedt. We hebben hierdoor de volgende inzichten verkregen:
- Bij toeval kunnen er nieuwe onverwachte dingen ontdekt worden
- Het onderzoek kan een doodlopend pad inlopen
- Uiteindelijk wil je dat de verkregen resultaten nuttig zijn voor , in dit geval, het onderwijs.
- Vaak moeten er tijdens een onderzoek aanpassingen worden gemaakt op de methode, aangezien het niet goed werkt/ niet objectief lijkt te zijn.
- Verschillende soorten wetenschappen hebben verschillende soorten van onderzoek. Er zit een verschil tussen alfa en beta onderzoek.
 
Deze verkregen inzichten willen we laten zien in een duidelijke structuur met een zeer versimpelt onderzoek. Het onderzoeksonderwerp van mevrouw de Jong laten we dus erbuiten, maar we behandelen indirect wel belangrijke stappen en problemen van haar onderzoek tijdens het doorlopen van het versimpelde onderzoek.

Voorkennis

We veronderstellen dat de leerlingen bij biologie al een keer zelf een simpele proef hebben uitgevoerd. Je kunt bij een dergelijke proef bijvoorbeeld denken aan het laten groeien en stapsgewijs bestuderen van een bruine boon. Als doelgroep nemen we de leerlingen uit de vierde klas omdat de stof van de al bestaande leermethodes die wordt gegeven in de onderbouw een goede basis is om onze les te kunnen volgen. Wij stellen voor deze les onder het vak ANW (algemene natuur wetenschappen) te geven. ( Indien dit vak alleen in de vijfde klas wordt gegeven dan kan als doelgroep ook de vijfde klas worden genomen)