Historisch onderzoek

Programma

Onderdelen van de les

Eerst vertellen we een algemeen stukje over het onderzoek van Judith Pollmann, want we gebruiken haar onderzoek namelijk als voorbeeld. Uit onderzoek en ervaring blijkt dat je makkelijker iets kunt leren aan de hand van een voorbeeld. Anders wordt het te leren iets te abstract en wordt het moeilijker om het te visualiseren. Aan de hand van algemene “regels” en tips in combinatie met het voorbeeld van het onderzoek van mevrouw Pollmann, kunnen we de leerlingen iets leren over het vinden en interpreteren van bronnen.
 
Verder zullen we de leerlingen vertellen over de gevaren van internetbronnen, zoals wikipedia. Een site die door iedereen te bewerken is en daardoor minder betrouwbaar is. Je kunt namelijk niet echt de schrijver achterhalen en er op die site achter komen of de informatie die je daar aantreft ook daadwerkelijk goed betrouwbaar is.
Op de Engelstalige site van wikipedia staan vaak wel referentie waardoor je kunt controleren of de geschreven informatie klopt. Wat je het beste kunt doen, als je bruikbare informatie vindt op wikipedia, verder zoeken naar een andere bron die hetzelfde zegt. Als dit wel een kritisch betrouwbare bron is dan kun je ervan uitgaan dat deze informatie klopt.

De probleemstelling van deze les is het vinden en interpreteren van bronnen: hoe kun je het beste een bron vinden, waar en hoe kun je het beste zoeken.
En als je dan een bron gevonden hebt, hoe kun je deze het beste interpreteren, hoe kun je jouw interpretatie toetsen. En dan verder nog, hoe weet je dat een bron betrouwbaar is (waar we het voorbeeld van wikipedia voor gebruiken)
                        
 
 
 
 

 

Tijdsduur

Deze les duurt ongeveer 50 minuten.

Toelichting



Judith Pollmann
is een historicus die gespecialiseerd is in de vroegmoderne tijd. Bij dit thema gaat ze dieper in op de Nederlanden en godsdienstconflicten.
Zij houdt zich bezig met oorlogsherinneringen. En dan met name de herinneringen aan de 80-jarige oorlog tegen Spanje. Pollmann komt op een idee voor een onderzoek door te kijken naar de huidige samenleving. Ze haalt inspiratie uit ervaringen. Ze ziet dingen die nu in de samenleving plaatsvinden en vraagt zich dan af of vroeger hetzelfde gebeurden. Judith Pollmann is vooral nieuwsgierig naar de herinneringen van mensen over een bepaalde gebeurtenis.

Fasen in het Onderzoeksproces
Allereerst moet de hoofdvraag bepaald worden. Een historicus ziet dingen om zich heen in zijn eigen samenleving, kent nieuwsgierigheid en gaat zich zo dingen afvragen.

Financiën
Er wordt een vraag in grove lijnen geformuleerd en een wetenschapper gaat op zoek naar geld om zijn onderzoek te financieren. In vergelijking met de chemici zijn historici ‘goedkope’ mensen. Geen dure apparaten, geen zeldzame stofjes en dergelijke dingen zijn nodig. Toch moeten er andere dingen gefinancierd worden. Historici reizen naar archieven, werken aan databases om toegang tot informatie te vergemakkelijken, ze reizen over de wereld om bijzondere stukken of monumenten te onderzoeken, houden congressen, laten mensen overkomen naar de universiteit en hebben bovendien ook nog brood op de plank nodig. Ze proberen daarom bij het NWO geld te krijgen om hun eigen onderzoek te kunnen betalen. Omdat er in Nederland weinig geld voor onderzoek beschikbaar is, is er een soort competitie strijd bij het NWO. Je moet een goed plan hebben en het ook overtuigend brengen. De mensen van het NWO moeten het nut van jouw onderzoek inzien.
Het regelen van de financiën is stap 2 van het onderzoeksproces. Je kunt namelijk nog zo’n goed en leuk idee hebben, maar zonder geld kom je nergens. Dan wordt je onderzoek snel gestaakt omdat er geen geld meer beschikbaar is. 

Vervolg onderzoeksproces
Omdat een enkele bron geen informatie geeft over een volk in haar geheel, moeten er veel gegevens worden verzameld. Vaak zijn er grote stiltes in het materiaal, mensen hebben de meest verschrikkelijke dingen meegemaakt en durven er überhaupt niet over te praten of te schrijven. Gelukkig voor ons willen deze mensen, eenmaal oud geworden, toch hun verhaal kwijt. Zo komen er bijvoorbeeld zeventig jaren later nieuwe bronnen aan het licht. Andere mensen zijn juist trots op hun verleden . Sommigen hebben dapper meegevochten in de strijd of wat voor een andere taak dan ook verricht. Zij vertellen dit trots door, laten beeldjes maken of veranderen hun achternaam. Zo is er van alles te bedenken dat het verzamelen voor een historicus moeilijk of makkelijk maakt. Zo’n geschiedkundige is eigenlijk in grote mate afhankelijk van toevalligheden. Op een dag kom je iets tegen, een boekje, een pamflet, een schilderij, met het gevolg dat er een lampje bij de wetenschapper gaat branden. Het is dus vooral een kwestie van goed zoeken en met de tijd zal een historicus ook steeds beter weten hoe alles het handigst te zoeken is en kan deze een beetje voorspellen waar veel informatie te vinden is.

Interpretatie bronnen
De bronnen moeten vervolgens geïnterpreteerd worden . Dat valt allemaal nog niet mee, aangezien de hedendaagse interpretaties van onderwerpen anders zijn dan die van vroeger. Mevrouw Pollmann, hoogleraar sociale geschiedenis, verricht momenteel onderzoek naar herinneringen van mensen in de 17e eeuw. Nu we in een moderne wereld leven, gaan we heel anders om met herinneringen dan vroeger. We hebben grote hoeveelheden foto’s op onze computer staan, schilderijen en platen hangen overal en kranten en tijdschriften stellen ons elke dag weer op de hoogte van talloze gebeurtenissen. Historici kijken wat psychologen van herinneringen denken, maar raadplegen ook andere wetenschappers uit andere vakgebieden bij het interpreteren van informatie.
Verder moet je ook kunnen doorzien wat er niet geschreven staat in de bronnen. Het herkennen van de subjectiviteit van bronnen is belangrijk. Veel verhalen over gruwelijkheden komen pas naar voren wanneer de getroffen generatie ouder wordt.

Einde onderzoek
Op een gegeven moment heb je toch wel een duidelijk beeld gekregen van het antwoord op de onderzoeksvraag. Hoewel je nooit echt klaar bent als historicus, heb je op een gegeven moment genoeg informatie verzameld en geïnterpreteerd dat het tijd is artikelen te schrijven en te publiceren en lezingen te houden. Zijn mensen het er mee eens, denken ze heel anders over jouw onderwerp of vinden ze het simpelweg niet interessant genoeg? Met de kritiek die wordt gegeven door de andere wetenschappers kun je verder nadenken over het onderwerp. Soms komen er ook nieuwe bronnen aan het licht, wat weer nieuwe vragen oplevert. Tegenwoordig zijn bronnen veel makkelijker te achterhalen dan vroeger. Toen Mevrouw Pollmann op zoek was naar een afbeelding van Alva, stuitte zij op een schaal met ingekraste tekeningen van een man die in de gevangenis had gezeten, ‘serendipiteit’.
Zo is een historicus dus nooit echt klaar met zijn onderzoek. Het is ook te zijn als een driehoek tussen bronnen, wat anderen zeggen en tussen de vraag. Alles stelt elkaar bij. De onderzoeksvraag wordt, naarmate het proces vordert, altijd wel opnieuw geformuleerd. Het eerste idee dat de wetenschapper in dit vakgebied heeft, is  zelden het goede idee. De historicus eindigt met het schrijven van een mooi boek om het onderzoek daarna te laten rusten – althans, voorlopig.

Publicaties
Ieder persoon die meewerkt aan het onderzoek schrijft uiteindelijk zijn eigen boek. Conflicten tussen hen worden uitgepraat en ze becommentariëren elkaar.
Er wordt van onderzoekers verwacht dat ze eens in de zoveel tijd iets publiceren, een boek of een artikel voor in een tijdschrift. Daarom heeft de uitgever ook wel invloed op de publicatie, hij heeft soms commentaar en in dat opzicht heeft de uitgever altijd gelijk. 
Ook kan het werk van andere mensen invloed hebben op je onderzoek. Soms moet je zelf na een aantal jaar je onderzoeksvraag bijstellen en deels opnieuw beginnen. Een historicus begint dus met een idee, maar moet bereid zijn dit idee te veranderen.

Problemen
Een probleem dat vaak voorkomt bij sociale geschiedenis is dat er geen overlevenden zijn om mee te praten. Ze moeten dus naar ander bronmateriaal zoeken.
Verder kan het zo zijn dat je het binnen een onderzoeksgroep niet met elkaar eens bent. Deze conflicten kunnen vaak goed uitgepraat worden. De ene keer wordt de ene onderzoeker overtuigd van het gelijk van de andere en de andere keer weer andersom.
Er zijn ongeschreven regels voor de geschiedkundige wetenschap en zolang iedereen zich aan deze regels houdt kan er niet zo veel mis gaan en kun je elkaar makkelijk terecht wijzen of kritiek geven. Bijvoorbeeld als ze geen goede argumentatie hebben of dat soort dingen.
 

Uitwerking

Huiswerkopdracht: bronnen interpreteren

Doordat er bij sociale geschiedenis vaak geen overlevenden meer zijn om mee te praten, moeten historici andere manieren gebruiken om aan betrouwbare informatie te komen. Vaak komt deze informatie uit boeken. Als het heel lang geleden is, worden er wel eens opgravingen gedaan en zo nu en dan worden er ooggetuigenverslagen gevonden. Geschreven bronnen komen we het meeste tegen, dus boeken en ooggetuigenverslagen zijn veelgebruikte middelen om betrouwbare informatie te vinden. Het grote probleem van deze bronnen is dat ze meestal niet precies over je vraagstelling gaan; vooral ooggetuigenverslagen gaan bijvoorbeeld vaak maar over een stukje van een oorlog, of juist over meer dan dat ene verschijnsel dat je wilt onderzoeken.

Wat doen historici in dat geval? Die gaan de bronnen gaan interpreteren. Je moet de informatie die je kan gebruiken proberen te zoeken in de tekst en deze eruit “filteren”.
Dat is een lastig proces. Er onstaat vaak onenigheid binnen onderzoeksgroepen; dat kan best komen doordat onderzoekers het onderling niet eens zijn over de presentatie van hun bronnen.

Mevrouw Pollmann bijvoorbeeld verricht op dit moment onderzoek naar herinneringen van mensen in de 17e eeuw. Dat valt niet mee, omdat we heel anders denken dan de mensen uit die tijd. Verder kan er discussie ontstaan over wat feit is in de bronnen en wat de mening is van de ooggetuige; historici moeten proberen subjectiviteit van objectiviteit te scheiden.  

Vragen:
1. Wat zijn dus verschillende vormen van bronnen?
2. Wat zijn de problemen die we tegenkomen bij het interpreteren van die bronnen, oftewel over wat voor dingen kan er discussie ontstaan binnen een onderzoeksgroep?

Klassikale opdracht
We doen in de les ook een klassikale opdracht.
Dit doen we om de leerlingen een idee te geven waar ze op moeten letten. Het doel is niet alleen de inhoud van de bron te analyseren, maar ook de achtergrond: waar komt de bron vandaan, wie heeft deze geschreven, wanneer enz.? Leerlingen gaan nu in groepjes van 4 of 5 zelf hun gevonden bronnen controleren om de betrouwbaarheid ervan te bepalen. Vervolgens moeten de leerlingen hier een conclusie aan vastknopen. Deze opdracht zal ongeveer 15 minuten duren. Na 15 minuten worden willekeurig leerlingen van verschillende groepjes gekozen om de betrouwbaarheid van de bronnen te beschrijven. We laten dan leerlingen uitleggen hoe ze tot een bepaald inzicht zijn gekomen en hun stelling te beargumenteren.
Bij het bespreken van deze opdracht kijken we ook goed op basis waarvan de leerlingen de betrouwbaarheid van hun bronnen bepalen. Het is belangrijk om er achter te komen hoe ze de betrouwbaarste bronnen goed kunnen vinden. Hierna is het tijd voor een discussie

 Afsluiting

Jullie hebben in de opdrachten gezien dat bronnen op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Jullie hebben geleerd om in je bronnen te onderscheiden wat relevant is en wat niet, en wat subjectief is en wat objectief. [Aan de klas, willekeurig iemand een beurt geven:] Weet jij bijvoorbeeld nog iets subjectiefs dat je in een opdracht bent tegengekomen? En iets objectiefs? Stond er veel nutteloze informatie in, informatie die je helemaal niet nodig had voor je antwoord? Ja, er stond veel nutteloze informatie in. En dat hoort bij geschiedenis: bronnen zullen nooit perfect aansluiten op je vraag, je zult zelf moeten interpreteren.
 

Bestanden

1. Download | Lesplan voor deze les: tijdsplanning
1. Download | Lesvoorbereiding (voor de docent)