Belangrijke fasen in een (wijsgerig) alfaonderzoek
Programma
Deze lessenserie is gemaakt op basis van een interview met prof.dr. Bert Bos (Wijsbegeerte)
Na een korte inleiding waarin duidelijk wordt hoe een ideale onderzoekscyclus eruit ziet, onderscheiden we deze in vier fasen: onderwerp, bronnen, structuur en conclusies. De leerlingen worden verdeeld in vier groepen en elke groep krijgt een opdracht over één van de vier fasen. In deze opdracht komen ze de problemen tegen waar beginnende onderzoekers vaak tegenaan lopen en onderzoeken de oplossingen. Aan het eind presenteren zij hun bevindingen aan de rest van de klas.
Tijdsduur
Deze les duurt ongeveer 125 minuten.
Toelichting
Kort overzicht lesplan
Inleiding
- Beginnen met een filmpje dat de ‘stoere kant’ van wetenschap presenteert.
- Vervolgens een gesprek met de klas om met een heldere definitie van wetenschap en wetenschappelijk onderzoek de les te beginnen.
- Wat is wetenschap: goede antwoorden op bord
- Wat houdt wetenschappelijk onderzoek in: goede antwoorden op bord.
- Vervolgens wordt het kader van de les en de opdrachten, de middeleeuwen, uitgelegd.
Opdrachten
De klas wordt verdeeld in vier groepen met een eigen begeleider die allemaal een korte opdracht gaan doen.
Onderwerp:
De klas wordt verdeeld in vier groepen met een eigen begeleider die allemaal een korte opdracht gaan doen.
Onderwerp:
- De begeleider laat het groepje zelf een onderwerp toespitsen binnen het kader ‘de middeleeuwen’.
- Samen met de groep loopt hij vervolgens het onderzoeksproces door dat er dan op zal volgen, samen met de tijdsinschatting ervan. Bij een te breed onderwerp zal die veel hoger liggen dan de 80 uur die de norm is.
- Evaluatie: waarom hadden jullie nou teveel tijd nodig? – niet door slecht opgezet onderzoek maar te breed onderwerp.
Bronnen vinden:
- Het groepje krijgt een stel middeleeuwse teksten en een onderzoeksvraag van de begeleider. De opdracht is de goede bronnen ertussen uit te zoeken.
- Problemen waar ze tegen aan lopen: een tekst waar je wat aan hebt blijkt niet betrouwbaar (rare auteur, niet professionele auteur), bronnen spreken elkaar tegen (je neemt de betrouwbaarste auteur), of bijv er zijn te weinig bronnen.
Structuur opzet:
- De begeleider geeft het groepje de opdracht om vijf verschillende inhoudsopgaven van profielwerkstukken over de middeleeuwen te verbinden aan vijf verschillende beoordelingen, bestaande uit een cijfer en commentaar. De leerlingen moeten hun keuzes onderling overleggen en aan de begeleider verantwoorden.
- De conclusies die uit de opdracht worden getrokken, worden overlegd met de begeleider en voorbereid voor presentatie
Conclusies:
- De opdracht bestaat uit twee delen. Eerst krijgen de leerlingen een wetenschappelijk artikel waarin ze moeten aanwijzen hoe de auteur zijn conclusies onderbouwt, en of hij dat goed doet. Daarna krijgen zelf een paar bronnen waar ze onderbouwde conclusies uit moeten trekken.
- De begeleider bespreekt de conclusies met de leerlingen: welke waren goed, waarom waren ze goed, en welke conclusies had je niet mogen trekken.
Afsluiting
- Ieder groepje vertelt wat zij zijn tegengekomen voor problemen bij het onderzoeksproces en wat de oplossingen van die problemen bleken te zijn.
- De begeleiders vatten de lesconclusies nog kort samen op het bord zodat het voor iedereen duidelijk is. Eventueel nog de mogelijkheid voor leerlingen om afgeronde profielwerkstukken in te zien.
- Wanneer er tijd wordt gegeven voor een lessenserie van drie lessen kunnen de opdrachten en bespreking breder uitgevoerd worden. Inleiding + opdracht 1. Twee opdrachten en vierde opdracht + afsluiting.
