Puzzelen met papyri
Deze vragen beantwoorden voor de wetenschap als geheel is nauwelijks mogelijk, al was het alleen maar omdat het juist de anekdotes en de afwijkingen zijn waarnaar we nieuwsgierig waren. Al zoekend naar een vrij klein maar snel veranderend vakgebied kwamen we al snel uit bij de studie van de vroege Islam, en bij prof. Petra Sijpesteijn, die aan het Leiden Institute for Area Studies (LIAS) onderzoek doet naar oude Arabische papyri.
Persoonlijk leven
Petra Sijpesteijn heeft haar onderzoek naar papyrusrollen niet van een vreemde. Ook haar vader was vroeger een onderzoeker en vertaler van papyri, al waren dit Griekse. Van kinds af aan heeft ze hierdoor geleerd om te puzzelen met vertalingen, iets wat later van groot belang zou zijn voor haar onderzoek naar de vroege beginselen van de Islam. Als studente geschiedenis, ook aan de Universiteit Leiden, kwam zij enkele onvertaalde papyri tegen, die al meer dan dertig jaar in de universiteitsbibliotheek lagen. Zij waren zelfs nog nooit uit de schoenendoos gehaald waarin ze waren aangeleverd, iets wat duidelijk maakt hoe weinig aandacht uitging naar het onderzoek van oude Arabische papyrusrollen, en hoe baanbrekend haar onderzoek eigenlijk is, ook al realiseerde ze het zelf nog niet. Waar haar interesse eerst uitging naar de conventionelere onderwerpen, gaven de rollen haar een compleet nieuwe inkijk in de Islam. Haar interesse voor de vroegere tijd van de Islam was geboren.
Jaren later is Petra Sijpesteijn hoogleraar Arabische taal en cultuur aan de Universiteit Leiden. Zelf constateerde ze dat haar studenten net zo zijn begonnen als zijzelf. “Veel van mijn studenten doen onderzoek naar of zijn geïnteresseerd in de gebruikelijke onderwerpen als het gaat om de Islam. Onderwerpen waar ik aan het begin van mijn carrière ook in geïnteresseerd was, zoals het Palestijnse activisme en de moderne Arabische wereld. Wat de studenten vooral leuk vinden is dat ze met de praktijk bezig zijn. Ik hoor vaak dat ze het onderzoek uitdagend en realistisch vinden, dat het ze een andere inkijk biedt in de gevestigde kennis.”
Wat Sijpesteijn zelf het interessantst vindt van het onderzoek is het vertalen van de papyri. Ze noemt het “spannend maar moeilijk”, omdat je nooit weet wat je kunt verwachten. In het verleden heeft ze al enkele keren opzienbarende resultaten geboekt. Het resultaat dat ze maatschappelijk gezien hoopt te boeken met haar onderzoek draait voornamelijk om kennis en begrip van de Islam. In het onderzoek probeert ze erachter te komen hoe het dagelijks leven van de Egyptenaren veranderde na de verovering door de Arabieren, en ook hoe het dagelijks leven werd beïnvloed door de Islam. Mede daarom is het erg nuttig dat veel van de gevonden papyri zijn geschreven door gewone mensen, over gewone dingen. De kennis die met haar onderzoek wordt verkregen, kan wellicht duidelijk maken of de Islam werkelijk zo gewelddadig was als Geert Wilders zegt, of dat zijn mening eigenlijk op verkeerde feiten is gebaseerd. Zelf hoopt ze ook de maatschappelijke tolerantie en het begrip te vergroten met haar onderzoek.
Puzzelen
Professor Sijpesteijn houdt zich bezig met het reconstrueren van de eerste tientallen decennia van de Arabische overheersing van Egypte, een passage in de geschiedenis waarover vrijwel niets bekend is en waarover betrouwbare bronnen haast niet te vinden zijn. Hoewel enkele eeuwen later ook al historische verhandelingen over deze periode zijn geschreven, is het beeld dat deze schrijvers geven nauwelijks neutraal te noemen: ze gaan ervan uit dat het stelsel van ideeën dat we tegenwoordig kennen als de Islam op het moment van de verovering van Egypte al vaststond, een beeld dat tegenwoordig onder geschiedkundigen ter discussie staat. Zonder papyri zou haar onderzoek waarschijnlijk sterk gekleurd zijn door latere Arabische gedachtegangen.
Egyptische papyri hebben dat probleem niet: ze zijn geschreven in de tijd zelf, en bieden dus een onvertekende kijk op het dagelijks leven. Ze bevatten een enorm scala aan berichten. Zo zijn er officiële teksten met betrekking tot belastingen, handels- en huwelijkscontracten, maar ook korte memo’s en reminders, zoals men tegenwoordig op post-its schrijft.
Egyptische papyri hebben dat probleem niet: ze zijn geschreven in de tijd zelf, en bieden dus een onvertekende kijk op het dagelijks leven. Ze bevatten een enorm scala aan berichten. Zo zijn er officiële teksten met betrekking tot belastingen, handels- en huwelijkscontracten, maar ook korte memo’s en reminders, zoals men tegenwoordig op post-its schrijft.
Het onderzoek naar de Arabische verovering van Egypte begint dus bij de papyri. Maar hoe vertaal je een fragment van een rekening naar een geschiedkundige ontdekking? Het al eerder genoemde standaardschema zegt dat op basis van de waarnemingen een hypothese moet worden opgesteld - maar wat als de 'waarnemingen' stukjes gescheurd paryrus met daarop vagelijk zichtbare lettertekens zijn?
Voor prof. Sijpesteijn is het puzzelen zelf al een reden om dit werk te doen. "In het Arabisch worden klinkers met karakteristieke puntjes onder of boven de letter geschreven, maar op deze papyri gebeurt dat gemakshalve meestal niet. In sommige gevallen kan één teken als vijf verschillende letters geïnterpreteerd worden. Maar die puzzel maakt het tegelijkertijd ook spannend."
Niet alleen lettertekens kunnen verkeerd geïnterpreteerd worden, maar zelfs woorden of hele zinnen.
"Ik ken collega's die zo'n tekst aan hun koelkast hangen en er elke ochtend even naar kijken. Heel vaak is het een plotselinge ingeving; opeens realiseer je je de context van een tekst, of hoe je een woord moet vertalen."
Iets wat voor professor Sijpesteijn, maar eigenlijk voor alle wetenschappelijke onderzoekers, een probleem vormt is het schrijven van wetenschappelijke artikelen. Dit probleem wordt door verschillende aspecten veroorzaakt. Een van de bekendere aspecten is het writer’s block.
Een ander veel voorkomend probleem bij het schrijven van een artikel is het verdelen van de tijd. Tijdens het interview met Sijpesteijn werd duidelijk wat een druk bezette vrouw ze is. Meerdere keren werd er aangeklopt, en bij het verlaten van haar kantoor kwamen we enkele wachtenden tegen, die haar ook wilden spreken. Daarom heeft Sijpesteijn het zelf over “het concentreren van haar concentratie”. Vaak heeft ze slechts een half uur tijd beschikbaar om aan haar publicaties te werken, wat vaak niet genoeg is om, zoals zij het zegt, “je goed in de tekst te verplaatsen”.
Voor prof. Sijpesteijn is het puzzelen zelf al een reden om dit werk te doen. "In het Arabisch worden klinkers met karakteristieke puntjes onder of boven de letter geschreven, maar op deze papyri gebeurt dat gemakshalve meestal niet. In sommige gevallen kan één teken als vijf verschillende letters geïnterpreteerd worden. Maar die puzzel maakt het tegelijkertijd ook spannend."
Niet alleen lettertekens kunnen verkeerd geïnterpreteerd worden, maar zelfs woorden of hele zinnen.
"Ik ken collega's die zo'n tekst aan hun koelkast hangen en er elke ochtend even naar kijken. Heel vaak is het een plotselinge ingeving; opeens realiseer je je de context van een tekst, of hoe je een woord moet vertalen."
Iets wat voor professor Sijpesteijn, maar eigenlijk voor alle wetenschappelijke onderzoekers, een probleem vormt is het schrijven van wetenschappelijke artikelen. Dit probleem wordt door verschillende aspecten veroorzaakt. Een van de bekendere aspecten is het writer’s block.
Een ander veel voorkomend probleem bij het schrijven van een artikel is het verdelen van de tijd. Tijdens het interview met Sijpesteijn werd duidelijk wat een druk bezette vrouw ze is. Meerdere keren werd er aangeklopt, en bij het verlaten van haar kantoor kwamen we enkele wachtenden tegen, die haar ook wilden spreken. Daarom heeft Sijpesteijn het zelf over “het concentreren van haar concentratie”. Vaak heeft ze slechts een half uur tijd beschikbaar om aan haar publicaties te werken, wat vaak niet genoeg is om, zoals zij het zegt, “je goed in de tekst te verplaatsen”.
Papyri
Het onderzoeksproces begint dus bij het verzamelen van de papyri, een zoektocht die afhankelijk is van een flinke portie geluk. Papyrus is organisch materiaal, dat onder normale omstandigheden binnen de kortste tijd vergaat wanneer het wordt weggegooid. Ook de Egyptenaren gooiden hun beschreven papyri weg op vuilnisbelten, alleen vergingen deze documenten niet. Omdat de vuilnisbelten gelegen waren in de droge woestijngebieden die langs de Nijl liggen, zijn de papyri daar eeuwenlang uitstekend geconserveerd. Een groot probleem is echter de context: de mogelijke verbanden tussen gevonden papyri. De teksten op vuilnisbelten zijn van zeer veel mensen uit verschillende plaatsen en tijden.
Een ander probleem uit vroeger tijden zijn illegale opgravingen. Door graf- en antiquiteitenrovers opgegraven objecten zijn indertijd verkocht aan musea, bibliotheken of privécollecties, met als gevolg dat het haast onmogelijk is om de herkomst ervan te traceren. Dit bemoeilijkt de plaatsing in een bepaalde historische en geografische context. Vroeger waren er meer problemen met het traceren van de papyri, omdat boeren zelf zochten naar papyri in de zandbak om hen heen, omdat ze wisten dat ze veel geld opbrengen. Later kwam er op dit gebied internationale regelgeving, hetgeen het graven naar papyri illegaal maakte en ervoor zorgde dat er alleen officiële opgravingen plaatsvinden. Wanneer men dan uiteindelijk een aantal papyri heeft verzameld, is het niet zomaar een kwestie van vertalen. Allereerst vindt men vaak slechts fragmenten van papyri. Stukken ontbreken doordat ze bijvoorbeeld zijn aangevreten door insecten. Ook is de inkt veelal verbleekt of afgebrokkeld. Vervolgens wordt de tekst vertaald, wat zoals we al zagen meestal niet zonder problemen verloopt. De onderzoekers hebben het geluk dat de Arabische grammatica in de loop der jaren nauwelijks is veranderd, alleen gebruikt men tegenwoordig een ander vocabulaire. Bovendien hebben de onderzoekers het voordeel dat de papyri niet beschreven zijn in een moeilijke stijl, maar in simpele spreektaal. Al met al is de Arabische papyrologie een tijdrovende bezigheid, die nog in de kinderschoenen staat, iets wat misschien opmerkelijk is, aangezien er complete handboeken bestaan die de Griekse papyrologie beschrijven. Professor Sijpesteijn heeft zelf aan den lijve ondervonden hoe ondergewaardeerd de Arabische papyrologie is.
Een ander probleem uit vroeger tijden zijn illegale opgravingen. Door graf- en antiquiteitenrovers opgegraven objecten zijn indertijd verkocht aan musea, bibliotheken of privécollecties, met als gevolg dat het haast onmogelijk is om de herkomst ervan te traceren. Dit bemoeilijkt de plaatsing in een bepaalde historische en geografische context. Vroeger waren er meer problemen met het traceren van de papyri, omdat boeren zelf zochten naar papyri in de zandbak om hen heen, omdat ze wisten dat ze veel geld opbrengen. Later kwam er op dit gebied internationale regelgeving, hetgeen het graven naar papyri illegaal maakte en ervoor zorgde dat er alleen officiële opgravingen plaatsvinden. Wanneer men dan uiteindelijk een aantal papyri heeft verzameld, is het niet zomaar een kwestie van vertalen. Allereerst vindt men vaak slechts fragmenten van papyri. Stukken ontbreken doordat ze bijvoorbeeld zijn aangevreten door insecten. Ook is de inkt veelal verbleekt of afgebrokkeld. Vervolgens wordt de tekst vertaald, wat zoals we al zagen meestal niet zonder problemen verloopt. De onderzoekers hebben het geluk dat de Arabische grammatica in de loop der jaren nauwelijks is veranderd, alleen gebruikt men tegenwoordig een ander vocabulaire. Bovendien hebben de onderzoekers het voordeel dat de papyri niet beschreven zijn in een moeilijke stijl, maar in simpele spreektaal. Al met al is de Arabische papyrologie een tijdrovende bezigheid, die nog in de kinderschoenen staat, iets wat misschien opmerkelijk is, aangezien er complete handboeken bestaan die de Griekse papyrologie beschrijven. Professor Sijpesteijn heeft zelf aan den lijve ondervonden hoe ondergewaardeerd de Arabische papyrologie is.
Collega’s
In de hele wereld zijn er slechts zes Arabische papyrologen. Is er dan wel concurrentie? Is peer review, het proces waarmee de kwaliteit van wetenschappelijke publicaties wordt getoetst, wel mogelijk als er zo weinig specialisten zijn? En werk je echt samen, of is er zoveel te onderzoeken dat er daarvoor niet genoeg overlapping is? Uit het interview met prof. Sijpesteijn bleek dat er op zich niet zoveel concurrentie is. Geen probleem, zou je dus denken. Maar na enig doorvragen bleek toch dat ze - mede doordat ze pionierswerk verricht - een belangrijke brief gevonden had, “maar toen vertelde ik natuurlijk toch niet waar die vandaan kwam”. Doordat alles nieuw is, doordat er zoveel te ontdekken valt, is er wat dit betreft misschien enige terughoudendheid. Toch zit je elkaar niet in de weg: door de onderzoeksmogelijkheden onderzoekt eigenlijk iedereen een verschillend vakgebied.
Peer review is niet zo'n probleem: "Uiteindelijk zijn er wel veel mensen die zich op een andere manier met de vroege Islam bezighouden. Die weten dan misschien niet de exacte details van de taal, maar kunnen bijvoorbeeld wél zeggen dat de historische context nog wat te wensen overlaat."
Professor Sijpesteijn is erg enthousiast over het congres dat eens in de drie jaar plaatsvindt: “Hier is het grootste deel van de internationale samenwerking op gebaseerd”. Er is dus wel degelijk samenwerking, maar er is ook ruzie: drie van de zes papyrologen liggen met elkaar in de clinch. Dat bevordert een goede samenwerking natuurlijk niet.
Peer review is niet zo'n probleem: "Uiteindelijk zijn er wel veel mensen die zich op een andere manier met de vroege Islam bezighouden. Die weten dan misschien niet de exacte details van de taal, maar kunnen bijvoorbeeld wél zeggen dat de historische context nog wat te wensen overlaat."
Professor Sijpesteijn is erg enthousiast over het congres dat eens in de drie jaar plaatsvindt: “Hier is het grootste deel van de internationale samenwerking op gebaseerd”. Er is dus wel degelijk samenwerking, maar er is ook ruzie: drie van de zes papyrologen liggen met elkaar in de clinch. Dat bevordert een goede samenwerking natuurlijk niet.
Speculatie
De islam is “een constante onderstroom geworden in maatschappelijke discussies”, waarbij te weinig kennis en nuance is. Hierover beschikt mevrouw Sijpesteijn wél. Zij wenst een minder extreem beeld van de vroegere islam dan nu bestaat. Door haar onderzoek naar Arabische papyri, wil ze bijdragen aan het debat dat in de maatschappij hierover gaande is, ook door de onbekende ontstaansgeschiedenis, die belangrijk is voor beeldvorming, te bestuderen. Hiervoor zijn papyri nodig: ze zijn onafhankelijk (omdat ze authentiek zijn) en schriftelijk. In combinatie met niet-islamitische, joodse en christelijke inscripties zouden deze meer inzicht kunnen geven in de geschiedenis van de Islam. Prof. Sijpesteijn: “Ik weet dat ontcijferde papyri voor opschudding kunnen zorgen, maar de waarheid gaat boven alles.” Juist doordat ook eigen interpretatie aan de papyri ten grondslag ligt, is dit een heikel punt. “Ik wil eigenlijk ook conclusies verbinden aan wat ik ontdekt en vertaald heb. Ik wilde namelijk zaken met elkaar in verband brengen, een verklaring zoeken. Dit werd echter niet goedgekeurd door de conservatieve oudgedienden.” Er kwam interpretatie in het spel, speculatie. “Als jij je nou gewoon maar bij de feiten houdt”, werd er tegen haar gezegd. Voorlopig heeft ze het erbij gelaten, maar “in de toekomst wil ik het toch gaan publiceren”. Dat botst: kun je zoiets wel of niet publiceren? Is er genoeg bewijs? De papyri zelf hebben geen context, juist omdat ze door “gewone” mensen geschreven zijn en daardoor ook over alledaagse zaken gaan. Zoals reeds gezegd, is het heel moeilijk de context te vinden. Misschien is daarvoor ook iemand nodig zoals Prof. Sijpesteijn, iemand van de nieuwere lichting die verbanden legt. Hier is interpretatie voor nodig, maar wat is het alternatief?
